Artiesten alleen opleiden met baangarantie

Een collega van mij post regelmatig extreemrechtse artikelen op Facebook. Linkse partijen en ideeën hebben voor hem afgedaan, sterker die hebben het gedaan. Die hebben ervoor gezorgd dat er een tsunami aan vreemdelingen ons land en onze cultuur bedreigen. Onze cultuur is dan de zogenaamde joods/christelijke cultuur onder leiding van Zwarte Piet. Het is niet een soort Gerard Joling, daarvan kan je nog verwachten dat hij met zijn vermogen zich iets rechtser opstelt.

Mijn collega is een artiest die zijn optredens bij elkaar moet scharrelen, daar soms wel, soms niet in slaagt en aan het eind van het jaar te weinig overhoudt om voor een pensioen te kunnen sparen. Een standaard artiest, een die als hij AOW krijgt verzucht: “eindelijk een vast inkomen”. Hij heeft zijn opleiding aan de Rietveld Academie afgerond.

Hoe kan het nu dat zo’n artiest zich toch voelt aangetrokken tot extreemrechtse standpunten?

Het antwoord dat ik in tal van zijn artikelen terugvind is zijn grote teleurstelling in zijn opleiding. De opleiding heeft niet dat gebracht wat hij ervan verwachtte. Hij heeft er leren beeldhouwen, maar dat bracht geen brood op de plank, noch “liet het de schoorsteen roken” (CO2 uitstoten, want het maakt niet uit voor het klimaat.)

Laat in nou niet meteen meedoen en zeggen: “die opleidingen hebben het gedaan”. We leven nou eenmaal in een land waar vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. Als er veel vraag is naar artiestenopleidingen, is er ook aanbod. Dat kunnen we de aanbieders nauwelijks kwalijk nemen.

De maatschappij wil echter ook dat een opleiding opleidt voor de arbeidsmarkt en daar ook op aansluit. Een opleiding moet naar een baan leiden. Gezien het voorbeeld van mijn collega (57) is dat al vele jaren niet meer het geval. Er is maar 1 concertpianist per jaar nodig en er worden er 100 opgeleid. Dat zorgt voor 99 teleurgestelden.  Zo is het helaas bij veel van de kunst en cultuuropleidingen. Er zijn er maar 1 of 2 van nodig en ze worden in veelvoud opgeleid.

Minister Plasterk heeft tien jaar geleden de opleidingen hier al eens op aangesproken.

Laten wij als Artiesten Belangen Centrum dat nu weer doen. Wij zouden liever zien dat de toekomstige artiest wordt opgeleid door een succesvolle voorganger, in een soort meester-gezel structuur. Dat lijkt ons beter dan zoals het nu is: dat er een hele klas wordt opgetuigd om één artiest succesvol te laten zijn.

Leon Lutterman

Artiesten Belangen Centrum

Artiesten extra kwetsbaar voor #metoo.

De tenor, de dirigent, de castingdirector en de filmproducent. De eerste overeenkomst is dat ze allemaal met artiesten werken. Artiesten die graag willen, zo graag zelfs dat ze er alles voor over hebben om in de schijnwerpers te staan.

Een tweede overeenkomst is dat ze alle vier de verleiding niet konden weerstaan om van hun positie misbruik te maken. Daarbij wel vergetend (3e overeenkomst) dat ze zelf ook in de schijnwerpers stonden.

Drie aspecten die nadere bestudering verdienen met als doel om in de toekomst #metoo in de artiestenwereld te verminderen of zelfs te voorkomen: bewustwording bij de beslissers, weerbaarheid bij de artiesten zelf en de invloed van “de schijnwerpers”.

Om met dat laatste te beginnen. Nog niet zo gek lang geleden was alles wat artiesten deden geconcentreerd op dat ene punt op het podium waar de spot op stond. Daar moest alles gebeuren. Daar kon het publiek je zien en daar moest je je ook laten zien. Alles wat buiten die kleine lichtcirkel gebeurde was onzichtbaar voor het grote publiek. U kunt zelf de parallel trekken voor film of televisie. Met de komst van de zogenaamde “roddelbladen” werd die spot behoorlijk vergroot. Het publiek keek mee achter de schermen en in het privéleven van de artiest. Het internet ging zelfs nog verder, ook de kleedkamer was niet meer heilig. Kortom: de ruimte waarin artiesten zich “privé” kunnen bewegen is in de afgelopen 40 jaar behoorlijk veel kleiner geworden. Met als gevolg dat de ruimte die het publiek kan bekijken vele malen groter is geworden. Zo groot zelfs dat we ons nu afvragen wanneer de grens bereikt is. Bestaat er nog wel privacy voor een artiest, of betekent artiest zijn automatisch dat je je privacy moet inleveren? We kennen in Nederland eigenlijk maar één beroep waar dat automatisch voor geldt, namelijk dat van Koning. Deze wordt echter in ruime mate gecompenseerd voor het inleveren van zijn privacy.

Gezien het bovenstaande lijkt weerbaarheid bij artiesten van levensbelang. Op 6 augustus stond in de Volkskrant een ingezonden brief van Florence van de Haar: ‘of ik naakt wil acteren, bepaal ik graag zelf’.  Dit lijkt me het soort weerbaarheid waar we naar op zoek zijn. Zelfbewustheid en eigenwaarde die niet ten koste mogen gaan van carrièrekansen. Florence van der Haar zou in artiestenkringen omarmd moeten worden, in plaats van gemeden. Toch vrees ik dat de eerste reflex die van de vermijding is.

Daarmee komen we bij onze 4 (ongewilde) hoofdrolspelers die de verleiding niet konden weerstaan om hun positie te misbruiken. Daar moet het bewustzijn blijven groeien: wie bovenaan de ladder staat moet het zorgvuldigst manoeuvreren. Want zodra die ladder valt heeft dat altijd consequenties. Gelukkig is er het meldpunt van de Stichting Artiesten Belangen Centrum, om bij sprake van (seksueel) misbruik dit bespreekbaar te maken. Artiesten hebben hiermee ook de mogelijkheid om zich beter te informeren. Tenslotte kennen we vooral in onze branche cowboys, charlatans en praatjesmakers.

Leon Lutterman,

Artiesten Belangen Centrum

Verdienen artiesten een ander verdienmodel?


Vincent van Gogh heeft zijn hele leven als schilder gewerkt en je zou verwachten dat zijn schilderijen er voor zorgde dat hij ook een goede boterham had. Niets is minder waar. Van Gogh verdiende bijna niets aan zijn schilderkunst. Hij mocht blij zijn dat hij door zijn broer onderhouden werd, anders had hij helemaal geen boterham gehad.

Zelfs in 2019 zijn artiesten nog steeds afhankelijk van een broer, een mecenas of van “het publiek”. Er is geen instantie die artiesten voorziet in zijn of haar onderhoud, zodanig dat die artiest echt alleen maar met zijn kunst bezig hoeft te zijn. Het grootste deel van zijn tijd is de artiest kwijt aan het verkopen van zijn werk, of van zichzelf. Ik kan dat uit eigen praktijk beamen.

Nu had ik het geluk dat ik een redelijk populaire kunstvorm beoefende, ik deed geen pantomime, verteltheater of op de natuur geïnspireerde choreografie. Allemaal kunstvormen waarvan ik zeker weet dat het de artiest heel veel inspanning kost om tot een redelijk niveau te komen.

Ook deze kunstvormen verdienen een kans in het nu door commercie verschraalde kunstveld.

Daarom pleit het Artiesten Belangen Centrum voor een instantie die gelden kan genereren om ook de kunstvormen die minder populair zijn te financieren. Daarbij pleiten we ook voor het terug brengen van orkesten en gezelschappen die provinciaal gefinancierd worden.

In de periode Brinkman heeft de overheid 250 miljoen bezuinigd op de kunst en de cultuur. Dit was destijds pure noodzaak, zei de minister toen. Het geld was op. Wel beloofde hij, dat als het weer beter zou gaan met de economie dat geld stante pede terug zou komen.

Blijkbaar gaat het nog steeds slecht met de economie en is het sindsdien slecht blijven gaan met de economie, want van dat geld heeft de kunst en de cultuur nooit meer iets terug gezien. Inmiddels zijn er kunstvormen verdwenen en heeft een enkele provincie nog een beroepsorkest, een dans- of theatergezelschap.

Het zou een fluitje van een cent moeten zijn voor de huidige regering om het verschraalde kunstaanbod weer op te schalen en artiesten weer zekerheid bieden in een gezelschap of met een basisinkomen.

Om terug te komen op mijn vraag in de titel, het antwoord is duidelijk: Ja!

Leon Lutterman
Voorzitter Stichting Artiesten Belangen Centrum

Livemuziek in de horeca staat los van geluidsoverlast


Vorige week ging er een petitie rond voor meer livemuziek in de horeca. Als Stichting Artiesten Belangen Centrum kunnen wij zo’n petitie natuurlijk alleen maar ondersteunen. Ieder plek die artiesten een podium biedt is welkom. Maar was deze petitie wel bedoeld om meer livemuziek in de horeca ten gehore te laten brengen?

De tekst van de petitie luidt: “De huidige wet- en regelgeving maakt het organiseren van live-muziek  in de horeca vrijwel onmogelijk…. daarom vraagt de petitie aan de gemeentelijke en landelijke politiek om nieuwe wet en regelgeving.

Met de huidige wet- en regelgeving wordt blijkbaar bedoeld de activiteitenwet uit 2008. Hierin staat heel duidelijk waar horecabedrijven aan moeten voldoen in het geval van livemuziek. Namelijk een Decibelgehalte tussen de 95-115 Db, waarbij ook nog eens duidelijk is vastgelegd waar gemeten moet worden. Bijvoorbeeld niet in de W.C. van de buurman, maar in zijn woonkamer.

Met de wet van 2008 in het achterhoofd is het toch een stuk moeilijker om de petitie voluit te steunen en vragen we ons af waar het hier echt om gaat.

Goede livemusici kennen de grenzen van het aantal decibellen  en zullen deze dus nooit overschrijden. Het enige probleem voor de horeca is dat dit soort musici een prijs hebben. Horeca ondernemers zijn zelden bereid deze prijs te betalen en dus wordt er geklaagd over de regelgeving. Een regelgeving die als je dat neutraal bekijkt eigenlijk behoorlijk redelijk is.

Je zult een hoop herrie moeten maken voor je op 115 DB zit. Op goede geluidsapparatuur zit bovendien een Decibel meter. Voor nog geen € 25,00 kan de ondernemer ook zelf zo’n meter aanschaffen. Dan weet hij altijd precies of hij goed zit. Maar dat zal wel weer een te grote investering zijn, die de horecaondernemer op kosten jaagt.

Het wordt tijd dat deze ondernemer eens investeert in kwaliteit in plaats van in kwantiteit. Dat wil zeggen: een billijke gage voor musici en investeren in het tegengaan van geluidsoverlast.

In Ierland gold heel lang de wet dat horecagelegenheden moesten sluiten om 22.00 uur. Uitzondering op die regel was de livemuziek. Had je livemuziek mocht je tot na middernacht open blijven. Met als gevolg dat er in heel Ierland livemuziek in de kroegen was.

Als we nou eens een petitie uit lieten gaan om de regelgeving in die zin aan te passen, hier in Nederland, dan doe je pas echt iets voor de livemuziek.

Leon Lutterman
Voorzitter Stichting Artiesten Belangen Centrum