Bijdrage aan overheidsbeleid

VAR onder vuur

In 2014 komt de VAR (Verklaring Arbeids Relatie) onder vuur te liggen. Als directeur van de landelijke brancheorganisatie ABC (Artiesten Belangen Centrum) heeft Roel van Dongen op dat moment zitting in het algemeen bestuur van het PZO (Platform Zelfstandig Ondernemers). Hij wordt uitgenodigd deel te nemen aan diverse expertmeetings over de gewenste veranderingen m.b.t. de VAR-BGL. Dit leid in 2015 tot een aanbeveling naar de tweede kamer welke weer leid tot afschaffing van de VAR in 2016 en de weg vrijmaakt naar de moderne modelcontracten.

In 2015 wordt Roel gevraagd om als vertegenwoordiger van ZZP-ers in de cultuursector deel te nemen aan commissie AVC (Arbeidsmarktverkenning Cultuursector)  bij de SER in Den Haag. Opdracht om met Raad van Cultuur en de Sociaal Economische Raad inzicht te verkrijgen over de gevolgen van de bezuinigingen binnen de arbeidsmarkt in de cultuursector. Deze commissie brengt eind 2015 een rapport uit waarbij ook de positie van vaste krachten, zzp’ers, stagiairs en vrijwilligers wordt betrokken.


De raden concluderen dat de arbeidsmarktsituatie in de culturele sector zorgwekkend is. De combinatie van dalende werkgelegenheid, een relatief hoge kans op werkloosheid, lage en dalende inkomens, een slechte onderhandelingspositie voor werknemers en zzp’ers, het vaak niet verzekerd zijn voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid en een geringe pensioenopbouw maakt de positie van werkenden kwetsbaar.

In het kader van de verkenning hebben vier rondetafelgesprekken plaatsgevonden. Hierbij schoven onder andere werkgevers/opdrachtgevers en zelfstandigen uit de culturele sector, vertegenwoordigers van branche- en koepelorganisaties en deskundigen uit de wetenschap en overheid aan.

Veel trends en knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt bleken in de culturele sector uitvergroot zichtbaar. Deze verkenning is daarom niet alleen relevant voor de sector zelf, maar ook voor de economie als geheel.

Roel van Dongen: “Ik ben erg blij dat ik heb mogen meewerken aan het tot stand komen van de verkenning van de Commissie Arbeidsmarktverkenning Cultuursector. Het verslag van de verkenning is de alle media meteen gebruikt in velerlei artikelen, betogen en verantwoordingen. Het heeft heel wat discussies te weeg gebracht en verschillende partijen ertoe gebracht om weer met elkaar aan tafel te gaan zitten om een dialoog op gang te brengen”.
Voor het volledige verslag van de verkenning zie Rapportage Verkenning Arbeidsmarkt Cultuursector RvC en SER d.d. 22 januari 2016. (pdf)

De culturele en creatieve sector is een bijzondere sector, kunst en cultuur zijn essentieel voor onze samenleving. Maar de waarde ervan komt lang niet altijd bij de makers terecht en de arbeidsmarktpositie van veel mensen in deze sector is zorgwekkend. Het is daarom mooi dat de sector zelf in actie is gekomen. De Federatie Cultuur en de Kunstenbond, de sectorale sociale partners, hebben om advies gevraagd hoe de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector te verbeteren. Een unieke situatie; nog niet eerder is er advies gevraagd vanuit het werkveld vanuit de sociale partners zelf. Het is ook een heel sterke situatie, want het maakt dat dit advies direct in de culturele en creatieve sector landt. Dat vergroot het draagvlak.

In dit gezamenlijke advies komen de SER en Raad voor Cultuur met concrete voorstellen om het verdienvermogen in de sector te vergroten, de inkomenszekerheid te verbeteren, scholing te bevorderen en het overleg tussen werkgevers en de vakbeweging te versterken. Het ABC denkt dat de sector met deze oplossingsrichtingen aan de slag kan, waar nodig samen met de overheid.

Het is verheugend dat in een relatief kort tijdsbestek zoveel partijen in constructieve sfeer betrokken waren bij de totstandkoming van het advies. Zo zijn consultatiegesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van branche- en koepelorganisaties en deskundigen uit het onderwijs en de overheid. Daarnaast ontvingen de raden 32 position papers van diverse partijen uit de sector. Men is zeer erkentelijk voor hun waardevolle inbreng.

De bereidheid om te overleggen over de wijze waarop de situatie op de arbeidsmarkt kan worden verbeterd, bleek groot. Bijzonder is ook de uitgesproken bereidheid om te experimenteren met oplossingen die in het advies worden voorgesteld. Men rekent er dan ook op dat alle betrokkenen met dezelfde constructieve inzet verder zullen werken aan de noodzakelijke versterking van de arbeidsmarkt van de sector, waarbij de sector ook als proeftuin kan dienen om ervaring op te doen met kansrijke oplossingen.

De verkenning is voorbereid door een commissie – met leden namens de SER en namens de Raad voor Cultuur – onder voorzitterschap van prof. mr. Evert Verhulp.
Voor het volledige advies klik op de link passie-gewaardeerd. (pdf)

Position paper ABC

In de culturele sector zijn veel zzp’ers werkzaam. In veel gevallen is dit een vrije keuze, maar in sommige gevallen is het een gedwongen keuze geweest. De sector heeft eigen kenmerken en ook hier kan met niet spreken van één en dezelfde zzp’er. PZO staat voor het ondernemerschap van de zzp’er en verdedigen standpunten die de zzp’ers in Nederland moeten helpen op vrijwillige basis, voor eigen rekening en risico, hun ondernemerschap nóg beter te kunnen invullen. Ook in de culturele sector.

1) Versterking sociale dialoog
PZO is voorstander van een goede sociale dialoog, maar wel met een eigen zelfstandige positie van de zzp’er. Een zzp’er is een opdrachtnemer en geen werknemer. We moeten dus niet proberen om de zzp’er bij een CAO onder te brengen. De discussie is breder. We moeten ook werkgeverschap én opdrachtgeverschap in deze betrekken. Een Code voor goed opdrachtgeverschap is dan ook een goed initiatief. Zeker als daar normen over een goed tarief worden opgenomen. Dat is namelijk waar dit onderwerp thuishoort en niet in een CAO.

2) Stimuleren verdienvermogen culturele sector
Het vaststellen van het verdienvermogen van de culturele sector is de logische start. Een goede afweging van de economische tegenover de maatschappelijke en educatieve waarde is van belang. Het stimuleren/koesteren van de investering van privaat geld is van belang, maar gelet op de positieve externe effecten van de sector mag de rol van de overheid niet worden onderschat. Maatregelen zoals de verlenging van de Geefwet, een minder rigide toepassing van de ANBI regeling en positieve fiscale maatregelen (laag BTW tarief en versoepeling werkkostenregeling, zodat meer artiesten en kunstenaars in het bedrijfsleven aan het werk kunnen) zijn een positieve stimulans voor de sector.

Een publiek private samenwerking ter stimulering van het verdienvermogen in de culturele sector wordt van harte ondersteund.

3) Verbeteren inkomenspositie werkenden
Het verbeteren van de inkomenspositie van werkenden hangt onlosmakelijk samen met het stimuleren van het verdienvermogen van de culturele sector. Dat is immers de basis voor inkomens. In dat kader is het goed om subsidievoorwaarden zo uit te breiden dat een goede vergoeding voor artiesten en kunstenaars die als zelfstandig ondernemer werken, uit de subsidie kan worden betaald. Geen koppeling met arbeidsvoorwaarden en een cao loon, omdat de zelfstandig ondernemer zelf een kostprijs moet kunnen vaststellen, waarbij rekening kan worden gehouden met kosten van een aov, pensioen en overige bedrijfskosten.

Het is geen goede ontwikkeling wanneer het benutten van de mededingingsruimte wordt gekoppeld aan de schijnzelfstandigheid van de zzp’er. Het is belangrijk om zzp’ers voor te lichten over de bagatelvrijstelling en de overige mogelijkheden binnen de Mededingingswet.

Uitvoerende en scheppende kunstenaars moeten de tijd krijgen een succesvolle beroepspraktijk op te bouwen. Een inkomensregeling, zoals de Wwik dat was, kan daarin een rol spelen. Een aanzienlijk percentage van kunstenaars die gebruik konden maken van een dergelijke inkomensregeling hebben een zelfstandige inkomenspositie weten te verwerven.

4) Duurzame inzetbaarheid en scholing
Het is van belang dat ook in de culturele sector oog is voor duurzame inzetbaarheid en scholing. Een zelfstandig ondernemer is daar zelf verantwoordelijk voor, maar scholing moet voor hen toegankelijk en betaalbaar zijn. Door scholing kan ook de professional worden onderscheiden van de amateur. De kwaliteit van de sector is daarbij gebaat.

Het is echter niet wenselijk dat scholen en opleidingen speler worden in de markt. Door het oprichten van eigen labels en productiemaatschappijen worden zij een regelrechte concurrent op de reguliere markt. Afspraken met opdrachtgevers om vaste stageplaatsen te krijgen ten koste van reguliere contracten zorgen voor een oneigenlijke verdringing van de zelfstandig ondernemer.

5) Stimuleren van ondernemerschap in de culturele sector
Stimuleren van en informeren over samenwerkingsvormen is een goede manier om ondernemerschap te bevorderen, ook binnen de culturele sector. Voor de zzp’er is van belang dat de structuur van de samenwerking goed wordt vormgegeven, waardoor het ondernemerschap niet gevaar komt. Het op een heldere en sectorspecifieke manier invulling geven aan voorlichting, workshops en scholing, zal de zzp’er helpen.

Tot slot bepleiten wij:
Meer controle en toezicht om ervoor te zorgen dat de goede mensen op de goede plekken zitten. Er zijn (helaas) nogal wat voorbeelden van ambtenaren die door ondeskundigheid, onwetendheid en ook door het houden van andere agenda’s en belangen veel onrust en frustratie zorgen in de culturele sector. In de hoorzittingen is dit met een aantal voorbeelden benoemd.